maandag 5 maart 2012

Naamgeving Zouten

Naamgeving van zouten:

In de chemie kennen we 2 soorten stoffen; moleculaire stoffen en zouten.  Je gaat altijd eerst kijken of de stof een zout is. Je kan een zout herkenen aan: Het eerste deel van de naam is een metaal en daarna komt een niet-metaal. Is het geen zout dan is het een moleculaire stof.

Voorbeeld 1:   P2O5
                        P = Fosfor = niet-metaal
                        O = Zuurstof = Niet-metaal
                                                                                            
Conclusie:      geen zout


Voorbeeld 2:   MgO
                        Mg = Magnesium = metaal
                        O = Zuurstof = Niet-metaal

Conclusie:      een zout


Voorbeeld 2 is een zout, maar er is wel een verschillen tussen de naamgeving van zouten en moleculaire stoffen. Bij moleculaire stoffen geven we het aantal atomen wel aan en bij zouten niet.

Uitgangen voor moleculaire stoffen:
1          =          mono                                                  4          =          tetra
2          =          di                                                        5          =          penta
3          =          tri                                                        6          =          hexa


Voorbeeld 3:   Je hebt 2 fosfor = difosfor
                        Je heb 5 zuurstof = pentaoxide
                        De naam van P2O5 = difosforpentaoxide


Voorbeeld 4:   De naam van MgO = Magnesiumoxide.


Bij zouten kijken je altijd naar het aantal ionen van het element. Metalen geven graag de elektronen weg, waardoor ze positief worden. Niet-metalen ontvangen graag elektronen, waardoor ze negatief worden. Een kermerk van een zout is, dat een zout altijd niet-geladen is.

Voorbeeld 5:   We hebben het zout natriumfosfaat (Na)(PO4)

                        Natrium = Na1+
                        Fosfaat = PO43-

                        We zien dat nu de totale lading 2- is, dus hebben we nog 2+ nodig, natrium                     heeft 1+. We hebben in totaal 3 natrium nodig.

                        Formule:         Na3PO4
                        Naam:             Natriumfosfaat.


Voorbeeld 6:   We hebben het zout Aluminiumsulfaat(Al)(SO4)

                        Aluminium = Al3+
                        Sulfaatt = SO42-

            1)         We zien dat de totale lading1+ is, dus moeten we nog een sulfaat erbij doen.                   Dan hebben we 1 aluminum en 2 Sulfaat. Totale is dan -1. We hebben dus                   nog een aluminium nodig. Dus hebben we 2 aluminium en 2 sulfaat, met een                 totale ladig van 2+, we hebben nu nog een sulfaat nodig en dan is hij neutraal.                     Dus we hadden 2 aluminium nodig en 3 sulfaat.
                       
            2)         Je kan ook omgekeerd vermenigvuldigen:
                        Al = 1 x (aantal +/- sulfaat) = 1 x 2 = 2                     2 aluminium
                        SO4 = 1 x (aantal +/- aluminium) = 1 x 3= 3             3 sulfaat


                        Formule:         AL2(SO4)3
                        Naam:             Aluminumsulfaat

                        Let er wel op dat je SO4 tussen haakjes doe, omdat je te maken hebt met een                samengesteld ion.


Je hebt ook metalen waarvan meerdere ionsoorten zijn, zoals ijzer; Fe2+ en Fe3+. Om te weten met welke dat je te maken hebt moet je eerst kijken naar de formule. Uit deze formule kun je bepalen om welke ijzer dat het gaat. Je kan hem ook uitrekenen als je de totale negatieve lading weet.

Voorbeeld 7:   ijzer(II)bromide
                        Achter ijzer staat (II) dit geeft het aantal + weer. Het gaat hiet dus om Fe2+
                        Broom heeft de lading Br1-. Je hebt dus 1 ijzer nog en 2 broom.

                        Formule:         FeBr2
                        Naam:             ijzer(II)bromide


Voorbeeld 8:   Formule: Fe2O3
                        Totale negatieve lading = 3 x -2 = -6. Omdat een zout niet geladen is, heeft Fe                +6 bij zich. Omdat je 2 ijzer hebt om je hem delen door 2. 6/2=3. Ijzer heeft                 dus de lading 3+

                        Naam:             ijzer(III)oxide


Vragen:
Geef van de stoffen aan of ze moleculaire zijn of een zout.
C6H12O6
Na2S
Ammoniumnitraat. (NH4NO3)

Geef de lading van ijzer (Fe) aan in de volgende formules.
FeSO4
Fe(NO3)3

7 opmerkingen:

  1. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ziet er goed uit jongens, dank jullie wel! Maar waarom geeft niemand tips en tops?

    groeten Joost

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Tip: Hoezo is MgO een zout? Hoe zit dat met de ladingen enzo?
    Top: Goed overzichtelijk!

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Top; overzichtelijk
    Tip: probeer duidelijker te zijn

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Tip: beetje simpel geschreven, dus probeer duidelijker te zijn
    TOp: overzichtelijk

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Top: goed gestructureerd
    Tip: het is wat aan de lange kant

    BeantwoordenVerwijderen